Vroemen's infusion in Goteborg now officially declared legalMay 20th 2009 - The infusion with sodium chloride that Simon received from his doctor in Goteborg in 2006 has, after extensive research, been declated fully legal. There has not been evidence for an illegal act, while plenty of evidence has supported the urgent medical requirement. All charges against Vroemen in this matter have been dropped. text below in Dtch, copied from NRC Handelsblad (author: Henk Stouwdam).
Oud-atleet Simon Vroemen is door het Instituut Sportrechtspraak vrijgesproken in de infuuszaak bij de Europese atletiekkampioenschappen in 2006 in het Zweedse Gotenburg.
De Atletiekunie noch de Dopingautoriteit heeft volgens het tuchtcollege kunnen aantonen dat Vroemens intraveneuze handeling een verboden herstelinfuus betrof. De oud-steepleloper heeft voldoende bewijs aangedragen voor een medische noodzaak. Dat zou vooral blijken uit verklaringen van bondsarts Peter Vergouwen, Vroemens vertrouwensarts Berend Nikkels en een anonieme buitenlandse arts. Zij stelden uitdroging vast, zodat het infuus was toegestaan, oordeelde het orgaan waar een aantal bonden zijn tuchtrechtspraak aan heeft uitbesteed.
De e-mail aan de Atletiekunie waarin Vroemen een bekentenis aflegt, kan volgens het tuchtcollege niet als zodanig worden gezien, omdat Vroemen de inhoud betwist en de Atletiekunie geen ondersteunend bewijs kan aandragen.
Het Instituut Sportrechtspraak vindt ook dat de Atletiekunie en de Dopingautoriteit zich ten onrechte beroepen op het gewijzigde dopingreglement van 2008, omdat de vermeende overtreding heeft plaatsgevonden in 2006. Om die reden vindt het tuchtcollege dat Vroemen niet hoefde te voldoen aan de eis om achteraf medische dispensatie aan te vragen.
Vroemens advocaat Dimitri Dedecker stelt dat hij van het onderzoek van de Dopingautoriteit „brandhout heeft gemaakt”. Dedecker vindt dat de Dopingautoriteit ten onrechte op de stoel van aanklager is gaan zitten. „Zij had geen opinie moet geven, maar zich moeten beperken tot het aangeven van bezwarende elementen.”
Directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit zegt dat zijn organisatie zeer waarschijnlijk in beroep gaat. Hij vindt dat de bewijslast te veel op de verklaringen van Vroemen is gebaseerd. Daarnaast vindt Ram dat het tuchtcollege de dopingregels niet goed heeft geïnterpreteerd. „De conclusie dat achteraf geen medische dispensatie nodig is, is absolute onzin.”
De Atletiekunie wil eerst de uitspraak bestuderen voordat over een beroep wordt besloten. Directeur Rien van Haperen zegt dat de zaak heeft aangetoond dat feiten en beweringen gescheiden moeten worden. „En de Atletiekunie heeft zich meer op feiten dan op beweringen gebaseerd. En wat betreft de interpretatie van de dopingreglementen hebben wij de Dopingautoriteit gevolgd.”
De belangrijkste paragraaf uit de offciele uitspraak van het ISR luidt als volgt (waarbij ik wil opmerken dat deze reeds openbaar op internet te vinden is):
Ter zake van de overtreding(en) overweegt de Tuchtcommissie als volgt:
Artikel 4 lid 1 van het Dopingreglement ”oud” bepaalt dat gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode een overtreding vormt van dit reglement.
De Dopinglijst 1 januari 2006 bepaalt in hoofdstuk I onder ‘Verboden Methoden” in paragraaf M2. sub (b) dat intraveneuze infusies verboden zijn, behalve in geval van een gerechtvaardigde acute medische behandeling.
Uit de aangifte en de daarbij behorende bijlagen concludeert de tuchtcommissie dat aangifte wordt gedaan van twee mogelijke overtredingen, die zij conform de terminologie die is gebruikt in de aan haar voorgelegde stukken gemakshalve definieert als:
a. het “herstelinfuus”van 9 augustus 2006;
b. het “curatieve infuus” van 10 augustus.
Ad a. : het herstelinfuus.
Krachtens artikel 11 van het Dopingreglement rust de bewijslast van een overtreding bij het bondsbestuur. De aangever baseert zich in de aangifte uitsluitend op het door betrokkene op 23 januari 2007 aan enkele bestuursleden van de KNAU verzonden e-mailbericht (hierna: de e-mail). De inhoud van de e-mail, waarvan de wijze van totstandkoming in dit verband niet relevant is, wordt door betrokkene betwist. De e-mail kan dan ook naar het oordeel van de tuchtcommissie daarom niet worden beschouwd als een “bekentenis” in de zin van artikel 12 lid 1 van het Dopingreglement. De aangever draagt geen enkel steunbewijs aan zodat ook volgens het bepaalde in artikel 8.5 van het Tuchtreglement van het ISR niet wordt voldaan aan de minimale bewijseisen.
Op basis van het bovenstaande concludeert de tuchtcommissie dat de aangever de overtreding bestaande uit het toedienen van een herstelinfuus op 9 augustus 2006 niet genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt en is van oordeel dat het bewijs van deze overtreding niet is geleverd.
Ad b.: het curatief infuus.
De toediening van een curatief infuus op 10 augustus 2006 is door betrokkene erkend en staat derhalve vast. Het toedienen van een dergelijk infuus is echter niet verboden - en levert geen overtreding op- indien sprake is van een gerechtvaardigde acute medische behandeling.
De Dopingautoriteit stelt in haar verslag dat voor het curatieve infuus geen medische noodzaak bestond. De Dopingautoriteit voert in haar verslag evenwel geen enkel bewijs aan van die stelling. Ook de aangever op wie ingevolge artikel 11 van het Dopingreglement de bewijslast rust dat een overtreding heeft plaats gevonden voert op dit punt geen bewijs aan.
De betrokkene stelt zich in zijn verweer op het standpunt dat aan de noodzakelijkheidvoorwaarde is voldaan en draagt daartoe bewijs aan.
De tuchtcommissie constateert dat door tenminste drie artsen, te weten:
* de heer P. Vergouwen, teamarts van de Nederlandse Atletiekploeg in Göteborg, die betrokkene op de bewuste data meerdere malen heeft bezocht (verklaring gevoegd bij verweerschrift als productie7),
* de heer B. Nikkels, huisarts en vertrouwensarts van betrokkene die per telefoon door de betrokkene is geconsulteerd (verklaring gevoegd bij verweerschrift als productie 13),
* een anonieme arts die op 10 augustus het curatieve infuus aan betrokkene heeft toegediend (verklaring gevoegd bij verweerschrift als productie 27, vergezeld van een proces verbaal van constatering - productie 28 - van een deurwaarder waarin de handtekening van de arts aan de hand van diens identiteitsbewijs en de bevoegdheid van de arts aan de hand van diens artsendiploma wordt bevestigd),
de diagnose voedselvergiftiging wordt gesteld. Uit de verklaringen van deze artsen blijkt voorts dat zij allen van oordeel zijn dat sprake was van ernstige dehydratatie en dat een infuustherapie met glucosezout op medische gronden noodzakelijk was.
Hiermee staat naar het oordeel van de tuchtcommissie vast dat sprake was van een medische noodsituatie en dat het curatieve infuus op 10 augustus 2006 is toegediend op medische gronden.
Uit de verklaringen van de betrokkene afgelegd in het kader van het onderzoek door de Dopingautoriteit, de schriftelijke verklaring van diens vriendin en kamergenote Adrienne Herzog opgesteld in het kader van ditzelfde onderzoek en de verklaring van de als productie 27 bij het verweerschrift gevoegde verklaring van de anonieme buitenlandse arts, blijkt naar het oordeel van de tuchtcommissie dat het toedienen van het bewuste infuus op medisch verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden: door, althans onder toezicht van en met behulp van het materiaal van een gekwalificeerde arts in een naar de omstandigheden verantwoorde medische setting en nadat met alcohol was gedesinfecteerd.
Anders dan de Dopingautoriteit haar verslag stelt behoeft niet te worden voldaan aan de voorwaarde van het achteraf (binnen 10 dagen) aanvragen van medische dispensatie voor het gebruik van het infuus. In de Dopinglijst van 1 januari 2006 wordt deze eis niet gesteld. Deze lijst is van toepassing op de gebeurtenissen die plaats vonden in augustus 2006 en niet de Dopinglijst van 2008 waarop de Dopingautoriteit kennelijk haar conclusies (mede) baseert.
Op grond van het bovenstaande concludeert de tuchtcommissie dat de aangever met betrekking tot het op 10 augustus 2006 toegediende curatieve infuus niet genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat een overtreding van het Dopingreglement door betrokkene heeft plaatsgevonden.
Pictures
Reactions on this newsitemSteven May 21st 2009
| Hoi Simon, dit berichtje had ik al onder het vorige item gezet maar nu staat het ook bij het juiste item.
Van harte gefeliciteerd met je vrijspraak in hoger beroep bij het Instituut Sportrechtspraak!! Dat is alvast een mooie stap naar rehabilitatie. Nu die andere zaak nog. Gewoon positief blijven en lekker voor jezelf blijven trainen. Komt allemaal wel weer goed uiteindelijk. Veel succes met alles!
| Chris Schaafsma June 2nd 2009
| Simon, Gefeliciteerd met je overwinning in deze zaak. Van 2006, herinner me nog zo de teleurstelling die je uitstraalde doordat je door de voedselvergiftiging niet mee kon lopen!
Hoop dat je leventje buiten de sportwereld er ook positief uit ziet.
Chris |
Your reaction on this newsitem
|